In goede handen

Dankzij een beurs kon Paul van 1894 tot 1899 de lessen architectuur aan diezelfde Academie volgen, met Ernest Acker en Emile Lambot als leraars. Terwijl hij nog studeerde, vanaf 1896[i], werkte Paul Hamesse in het atelier van Paul Hankar, aan de zijde van Léon Sneyers en Emile Van Nooten, tot aan de dood van de meester in 1901. Ze waren zijn enige drie medewerkers. Hamesse werd sterk beïnvloed door Hankar : hij schreef diens grafrede en ontwierp voor hem een grafmonument dat echter nooit werd uitgevoerd[ii].

 

Paul werkte met zijn broer Georges mee aan het artistieke tijdschrift La Gerbe. Van dit tijdschrift verschenen slechts zeven nummers in 1898 en 1899. Hamesse leverde verscheidene artikels, waaronder recensies van schilderijententoonstellingen, in eigen naam of onder het pseudoniem Polam. Uit die teksten spreekt een jonge architect die gepassioneerd was door kunst in al haar vormen en zich goed thuis voelde in het Brusselse kunstmilieu, waarmee hij nauwe banden onderhield. Tijdens zijn stage bij Hankar hielp Paul verscheidene kunstenaarsateliers opzetten, met name die van Jean Gouweloos, Léon Bartholomé en René Janssens –allemaal leden van de kunstkring Le Sillon, waartoe ook Hankar behoorde – naast het atelier van Albert Ciamberlani, die net als vader Hamesse lid was van de kunstkring Pour L’Art. Pauls eerste architecturale verwezenlijkingen waren overigens bijna uitsluitend kunstenaarswoningen: die van Arthur Rogiers, Keizer Karelstraat 103 in Brussel en van Paul Verdussen, Brugmannlaan 211 in Elsene.

 

In 1901, terwijl Léon Sneyers en Emile Van Nooten de successie van Hankars atelier afwikkelden, vertrok Paul naar het atelier van Alban Chambon, waar hij vermoedelijk tot in 1903 bleef[iii].

 

In 1902 kreeg hij een opdracht voor de verbouwing van de winkel Cohn-Donnay in de Brusselse Nieuwstraat en van hun Luiks filiaal. Paul ontwierp winkelpuien in art-nouveaustijl die de voorbijganger meteen de moderniteit van de winkel lieten zien. Een goed start van zijn carrière. De heer Cohn-Donnay was kennelijk tevreden over het geleverde werk en belastte Hamesse in 1904 met de modernisering van zijn woning, Koningsstraat 316. De architect koos voor een geometrische art nouveaustijl met invloeden van de School van Glasgow en de Wiener Secession, die hij vermengde met empire en neoclassicisme. Dit huis, sinds de jaren 1980 bekend onder de naam van het café-restaurant dat er zich vestigde, de De Ultieme Hallucinatie, was een ware mijlpaal in de Brusselse art nouveau[iv].

 

Paul Hamesse kreeg al snel vele en ook uiteenlopende opdrachten.

Text gebaseerd op het artikel « Paul Hamesse & Frères », Mouzelard C., Erfgoed Brussel, n°22, april 2017, p.70-77.

http://erfgoed.brussels/nl/ontdekken/publicaties 


[i] De datum waarop Paul Hamesse in het atelier van Hankar arriveerde is niet bekend, maar waarschijnlijk was dat in 1896, op hetzelfde moment als Léon Sneyers. LOYER, Fr., Paul Hankar. La Naissance de l’Art Nouveau, AAM, Brussel, 1986, p. 260, noot 458.

[ii] Zie het artikel van Christian Spapens, p. 78.

[iii] Ondanks onze opzoekingen hebben we de exacte datum waarop Hamesse naar het atelier van Chambon overstapte niet teruggevonden. De meest voor de hand liggende chronologische marge is 1901-1903.

[iv] Association pour l’Étude du Bâti vzw, Étude historique et matérielle de l’hôtel Cohn-Donnay et de ses dépendances, januari-februari 2014.

 

Foto's